Poolse literatuur

Website opgericht en beheerd door Stichting Literatura

Een canon van de Poolse literatuur in het Nederlands? Grotendeels dankzij Karol Lesman!

JLOUSBERG__D3_4264_PRINT

© Jorrit Lousberg/Het Prins Bernhard Cultuurfonds

Al eerder deze week berichtten wij dat Karol Lesman de Martinus Nijhoff Vertaalprijs heeft ontvangen. Arent van Nieukerken, slavist en polonist van de Universiteit van Amsterdam,  schreef naar aanleiding hiervan een interessante persoonlijke en vakkundige reflectie over het werk van Karol Lesman en over de Poolse literatuur in de Nederlandse vertaling. Wij plaatsen zijn tekst hieronder.

Karol Lesman was al geruime tijd een serieuze kandidaat voor deze hoogste eer, die een Nederlandstalige literaire vertaler ten deel kan vallen. Zijn reputatie steunde tot dusver hoofdzakelijk op zijn vertalingen van twee extreme (je zou bijna zeggen “psychedelische) romans van de Poolse avant-gardistische schrijver en schilder Stanisław Ignacy Witkiewicz (Witkacy): Afscheid van de herfst en Onverzadigbaarheid.

De Poolse literatuur had het in de jaren zeventig en tachtig (van de twintigste eeuw) niet gemakkelijk in Nederland en Karol Lesman heeft lang moeten leuren met zijn Witkacy-vertalingen voordat hij een uitgever vond, die bereid was het risico te nemen om deze exuberante romans – waarvan de inhoud totaal niet aansluit bij het “geordende” Nederlandse wereldbeeld – te publiceren. Maar tenslotte is het hem toch gelukt. Alleen al voor deze hardnekkigheid verdient hij onze dankbaarheid.

Volgens vele beoordelaars had Karol al voor deze vertalingen de Nijhoffprijs moeten ontvangen (hoewel een kritische lezer ook wel enige zwakke punten in deze teksten kan vinden). Waarschijnlijk heeft zijn vertaling van Bolesław Prus’ roman De Pop (Lalka) nu bij de jury de doorslag gegeven. Daarmee is nu eindelijk ook de literatuur van het Poolse negentiende-eeuwse realisme voor de Nederlandse lezer enigszins toegankelijk geworden. De Pop is misschien niet de evenknie van Anna Karenina en Madame Bovary, maar doet in geen enkel opzicht onder voor Spaanse romans als Clarins (Leopoldo Alas) La Regenta en Pérez Galdós Fortunata y Jacinta en geeft een voortreffelijk beeld van de Poolse samenleving in de jaren zeventig en tachtig van de negentiende eeuw.

Als er op dit moment een canon van de Poolse literatuur in het Nederlands bestaat, dan hebben we dit vooral aan Karol Lesman en de veel te jong overleden Gerard Rasch (vertaler van Bruno Schulz, Czesław Miłosz, Zbigniew Herbert en Wisława Szymborska) te danken (ik memoreer ook nog de rol van Paul Beers die in de jaren zestig en zeventig zo ongeveer het verzamelde werk van Gombrowicz vertaalde, zij het niet direct, maar – met toestemming van de auteur zelf – via het Duits en Frans).

Het zal zeker geen toeval zijn dat juist deze week in Tygodnik Powszechny, een in Kraków verschijnend weekblad met veel aandacht voor cultuur, een interview met de Karol Lesman verscheen. Hij betoont zich daarin een voorstander van “dienstbaar” vertalen. De vertaler produceert geen eigen, autonome teksten (dat is de suggestie van de interviewster, een jonge vertaalwetenschapster, gespecialiseerd in moderne Kroatische literatuur), maar moet in principe een anonieme “postbesteller” zijn, hoewel hij de tekst soms beter kent dan de auteur zelf. Je moet dus zo getrouw mogelijk vertalen, d.w.z. “vertalen wat er staat”. Een vertaalwetenschapper zou zeggen dat we hier met een schijnprobleem te maken hebben, omdat “wat er [in de tekst] staat” door een lezer (de vertaler is een “intieme” lezer) geactualiseerd moet worden (geen tekst zonder actualisatie). Getrouw vertalen houdt dan in dat je je eigen – onvermijdelijke – subjectiviteit zoveel mogelijk wegcijfert.

Op de voorgrond bij het lezen van een te vertalen tekst staat echter de kennis van literaire traditie en cultuur van de brontaal. Karol Lesman is er zich misschien niet altijd van bewust hoezeer hij in dit intieme leesproces uitmunt. Ik merkte dit zelf op toen ik in februari (in het Engels voor studenten die niet gespecialiseerd zijn in Slavische literaturen) twee MA-colleges gaf over Dorota Masłowska’s krankzinnige roman Wojna polsko-ruska pod flagą biało-czerwoną. De studenten kregen de opdracht een Engelse vertaling te lezen. Maar een (oppervlakkige) vergelijking met het origineel maakte mij al snel duidelijk dat de vertaler veel van de specifiek Poolse culturele referenties niet (of verkeerd) begrepen had (daarentegen was hij wel goed in het weergeven van het slang van jonge druggebruikers). Trouwens die specifiek Poolse context werd al door de titel van de vertaling (“Snow White and Russian Red”) ondergeschoffeld. De verwijzing naar de kleuren van Poolse vlag en het “Russische” syndroom valt weg. Hoewel Karol Lesman (onder druk van de uitgever?) er eveneens voor koos de titel niet letterlijk te vertalen (“Sneeuwwit en Russisch Rood”) kunnen we er van uitgaan dat hij de specifiek Poolse context (bewust vervormd door de Poolse jongerensubcultuur) meteen begrepen heeft. Eén van de sterkste punten van de vertaler Karol Lesman is namelijk zijn verwevenheid niet alleen met de Poolse “hoge” cultuur, maar ook met het dagelijks leven in Polen. Geen Nederlandse vertaler uit het Pools voelt de Poolse idiosyncrasie beter aan dan hij. En het ontbreekt hem ook niet aan creativiteit (die echter altijd gebaseerd is op de tekst zelf) om die idiosyncrasie naar het Nederlands over te brengen. Een mooi en gedurfd voorbeeld daarvan (aangehaald in het interview met Tygodnik Powszechny) is de vertaling van de titel van Wojciech Kuczoks verhalenbundel Widmokrąg (letterlijk: “kring van schimmen”, de associatie is “widnokrąg”: “horizon”): “schimmering” (“schemer” – “schimmen” – “[k]ring”). Je kunt je gemakkelijk verplaatsen in het gevoel van euforie dat zich van de vertaler meester maakte, toen deze oplossing plotseling bij hem opwelde (maar je moet zulke creatieve invallen eerst verdienen – er gaat dagenlang zwoegen aan vooraf).

Wat ontbreek er nog aan de Poolse literaire canon in Nederlandse vertaling? Ten eerste: de Poolse literatuur behoort – anders dan de Engelse, Amerikaanse, Franse, Duitse en Russische – tot de [semi]periferie van de Europese (Trans-Atlantische) traditie. Dat zegt niets over de kwaliteit, maar wel over de bereidheid van uitgevers om Poolse boeken in vertaling te publiceren. De markt voor de Poolse literatuur in het Nederlands is kleiner dan bijvoorbeeld voor de Russische literatuur. Deze institutionele beperking heeft ook invloed op de status van vertalers en vertalingen. Er zijn simpelweg minder vertalers uit het Pools dan uit het Russisch en eenmaal vertaalde boeken worden zelden in een nieuwe vertaling uitgegeven. Dus een discussie over hoe je Tolstoj moet vertalen, zoals onlangs geïnitieerd door Hans Bolland, naar aanleiding van zijn nieuwe vertaling van Anna Karenina (“De abominabele schrijfstijl van een groot schrijver”), is m.b.t. Witkacy niet goed denkbaar (hoewel Poolse critici zijn stijl ook abominabel vonden). Opmerkelijk is verder de afwezigheid in Nederlandse vertaling van de Poolse romantische poëzie (weliswaar is Mickiewicz’ Pan Tadeusz in het Nederlands – en op rijm – vertaald, maar het resultaat is verre van bevredigend en geeft geen goede indruk van de kwaliteit van het origineel). Ook dit is weer een verschil met de Russische literatuur. Er bestaan tenminste 4 vertalingen van Poesjkins Jevgenij Onegin, en elk van die vertalingen heeft zo zijn eigen merites en gebreken. Ik hoop dat in de toekomst de Poolse romantische poëzie (Mickiewicz, Słowacki, Krasiński, Norwid) een grotere plaats in de canon van de Poolse literatuur in het Nederlands zal gaan innemen (ook al is het maar in niet-berijmde vertalingen). Zonder die aanwezigheid blijft het oeuvre van een wél vertaalde grote dichter als Czesław Miłosz in de lucht hangen. En ook Gombrowicz, die een onvermoeibare strijd met de Poolse romantische stereotiepen voerde (het beste voorbeeld daarvan is de roman Trans-Atlantyk), kan alleen in die bredere context gewaardeerd worden.

10342908_641142716014369_4305472353768679337_n

Dit alles doet echter geen afbreuk aan Karol Lesmans rol als bemiddelaar tussen Polen en Nederland. En hij is nog lang niet aan het einde van zijn loopbaan, zoals blijkt uit zijn vertalingen van het “plattelandsproza” van Wiesław Myśliwski. Op dit moment werkt hij aan een vertaling van Księgi jakubowe (Jacobs Boeken), het Opus Magnum van Olga Tokarczuk over de achtiende-eeuwse Joodse pseudomessias Jakub Frank, een panorama van het oude Poolse-Litouwse Gemenebest aan de vooravond van en tijdens de Poolse delingen (en ook een antwoord op Henryk Sienkiewicz’ Trylogia). En misschien zal ook Bolesław Prus’ historische roman Faraon ooit nog eens door hem in het Nederlands vertaald worden.


Tekst: Arent van Nieukerken

Redactie: I.G.

Wij danken ook het Prins Bernhard Cultuurfonds voor het fotomateriaal van de prijsuitreiking op 31 maart 2017.

Advertenties

2 reacties op “Een canon van de Poolse literatuur in het Nederlands? Grotendeels dankzij Karol Lesman!

  1. Hanna van Dijk
    april 19, 2017

    L.S. Beste lezer, ik ben op zoek naar een gedicht dat heet: ‘De Deur’, waarschijnlijk vertaald uit het pools (maar weet ik niet zeker). Het eindigt met: Ga en doe de deur open/ het zal minstens tochten.
    Het is minstens 50 jaar geleden dat ik het las en bewaarde, maar ik kan het nu niet meer vinden. Kan iemand me daaraan helpen? hartelijk dank, Hanna

    • Stichting Literatura
      juni 20, 2017

      Wij hebben onze lezers op FB gevraagd en er kwam een suggestie: het zal wellicht om Tsjechische dichter gaan Miroslav Holub en zijn gedicht getiteld: Dveře (Jdi a otevři dveře).

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: