Poolse literatuur

Website opgericht en beheerd door Stichting Literatura

Nieuwe Poolse poëzie

pk5-2014_cover_resize

Tien jaar geleden trad Polen toe tot de Europese Unie. Nieuwe tijden, nieuwe poëzie, dacht het Pools Instituut in Brussel en stak de koppen bij elkaar met het Poëziecentrum en het Muntpunt. Dit resulteerde in een speciaal nummer van de Poëziekrant waarin het werk van de nieuwste generatie Poolse dichters wordt voorgesteld, en een avond in het Muntpunt waar enkele van deze dichters hun werk zelf kwamen voorlezen.

In het septembernummer van de Poëziekrant, dat nog altijd kan worden nabesteld, staan gedichten van Tomasz Bąk, Konrad Góra, Szczepan Kopyt, Joanna Mueller, Tomasz Różycki, Marta Podgórnik, Kira Pietrek, Eugeniusz Tkaczyszyn-Ducki, Julia Fiedorczuk en Jaś Kapela broederlijk naast elkaar in vertalingen van Jo Govaerts, Alexandre Popowycz en Kris Van Heuckelom.

Toch wijzen Dorota Walczak-Delanois en Kris Van Heuckelom er in hun inleiding op dat deze dichters onderling ook sterk verschillen. We zijn alweer een generatie verder dan Marcin Świetlicki, die voor zichzelf na het einde van de Poolse volksrepubliek een duidelijke missie had gevonden: zich af zetten tegen de ‘poëzie van de slaven’ die Polen tot dan toe volgens hem had gekenmerkt. Maar nu geestelijke vrijheid een feit is in Polen blijkt het toch minder vanzelfsprekend om die in te vullen, en zeker niet op een eenvormige manier.

Ook tijdens het rondetafelgesprek dat Eric Metz op 14 oktober leidde in het Muntpunt en waaraan de dichters Konrad Góra, Tomasz Bąk en Jaś Kapela deelnamen, bleek dat er verschillende meningen waren en dat deze jonge dichters ook nog evolueren in hun mening over hun rol en identiteit als dichters. Er zijn verschillende interessante geluiden te horen, en we zullen wel zien wat de tand des tijds zal overleven.

DyckiEugeniusz Tkaczyszyn-Dycki, Nagroda Lteracka Gdynia; fot. Patryk Lewandowski, bron: Wikimedia Commons.

Als voorbeeld een gedicht van Eugeniusz Tkaczyszyn-Dycki, vertaald door Kris Van Heuckelom:

LXII. Tumor linguae

in de kamer hiernaast ligt mijn moeder op sterven

zolang ik me herinner sterft ze keer op keer in de kleine

kamer beneden een andere keer in de grotere

boven daar neem ik nu mijn ambt waar

waarop berust mijn ambt ik schrijf gedichten

dames en heren ik buig mij over een verzonnen blaadje

papier als over mijzelf en word overspoeld

door inspiratie een flikkerend licht ik ontsteek het keer

op keer in de donkere kamer beneden of boven

naargelang de situatie zich ontwikkelt zolang ik me herinner

heb ik dames en heren geen verhouding tot het geschreven

en afgewerkte gedicht tot ziens mijn liefste

Jo Govaerts 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: