Poolse literatuur

Website opgericht en beheerd door Stichting Literatura

Als het op misdaadromans aankomt, ben ik een aanhanger van de “oude leer” – interview met Anna Kańtoch

Anna Kańtoch, een van de bekendste Poolse fantasyauteurs, vertelt wie de titels voor haar verhalen bedenkt, over haar nieuwste misdaadroman Łaska en de eerste horrorfilm die ze ooit heeft gezien.

Lees hier meer over Anna Kańtoch.

Lees hier het fragment van Łaska in de vertaling van Filip Hamakers.

By Elżbieta Gepfert – Uploaded with author’s permission, CC BY-SA 3.0, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=11198401

Olga Niziołek: Tot nu toe werd je als schrijfster met het fantasygenre geassocieerd, toch is je nieuwste boek een rasechte misdaadroman. Hoe belangrijk zijn voor jou genre-indelingen in de literatuur?

Anna Kańtoch: Een moeilijke vraag, want zulke indelingen zijn tegelijkertijd wel en niet belangrijk. In strikte zin zijn ze belangrijk omdat zulk een vereenvoudigde indeling het leven aanzienlijk vergemakkelijkt. Het is eenvoudiger om te zeggen “ik houd van misdaadromans”, dan om uit te moeten leggen: “Weet je, ik hou van het soort boeken dat begint met een lijk dat later dan voorwerp van een gerechtelijk onderzoek wordt.” Een indeling in genres maakt het ook gemakkelijk om de boeken zelf terug te vinden. Als ik zin heb in fantasy, stap ik naar de boekenwinkel en ga ik er binnen de geschikte afdeling zoeken. Als zoiets niet bestond, zou ik aan de hand van de omslagen of de titels moeten raden wat er nu eigenlijk fantasy was – en dat zou niet alleen vermoeiend zijn, maar ook niet echt efficiënt. Aan de andere kant dient men echter te onthouden dat zulk een indeling, nou ja, juist vereenvoudigd is en soms het boek kan schaden (zoals de indeling in mainstreamliteratuur en genreliteratuur waarbij wordt aangenomen dat die eerstgenoemde literatuur “van de bovenste plank” is en ze belangrijke kwesties behandelt, en dat het ander puur vermaak is). Het is ook makkelijk om de auteur in een hokje te duwen. Als ik “Łaska” (“Zegen”, F.H.) daar zou hebben laten uitgeven waar ik eerder fantasy liet uitgeven, wie zou er kunnen zeggen of het boek dan niet zonder enige zinnige reden op het schap gelabeld “fantasy” zou zijn beland. En het is natuurlijk belangrijk om te onthouden dat de beste werken vaak ontstaan op de grens tussen verschillende genres.

ON: En wat jóuw boeken betreft? Hoe belangrijk is het voor jou dat je binnen de conventie van fantasy/het misdaadgenre schrijft?

AK: Het is belangrijk dat ik schrijf wat ik leuk vind (zowel om te schrijven als om zelf ook te lezen) – en of dat nu een misdaadroman is of fantasy dat maakt niet zozeer uit. Wat ik daar nu precies mee bedoel, is dat er van die momenten zijn dat ik zin heb om net een misdaadroman te schrijven, en op andere momenten waag ik mij liever aan fantasy (en soms kan ik schrijven wat ik wil, en soms lukt mij dat om verschillende redenen niet). Los van die “momenten” gaat het mij echter aardig af om in mijn beide favoriete genres te schrijven en het is zelfs zo dat ik geen speciale verschillen zie in het creatieve proces.

ON: Voel je je verbonden met een concreet genre? Of anders gezegd: bestaat er een genre waarin je nooit een boek zou schrijven? Waarom?

AK: Ik heb in de eerste plaats een band met misdaad- en fantasyliteratuur, zowel omwille van wat ik lees als wat ik schrijf. Ik zou daarentegen nooit een liefdesroman schrijven. Ik heb totaal geen feeling met dat genre en liefdesverhalen gaan me gewoonlijk vervelen. Interessant is wel dat mij dat enkel stoort als het om primaire verhaallijnen gaat, want als secundaire of tertiaire verhaallijn vind ik zoiets nog wel leuk en als er in een boek of film simpelweg geen enkele liefdesrelatie voorkomt dan lijkt er me zelfs iets te ontbreken.

ON: Wat betekent het voor jou om te schrijven? Is het jou om een zo groot mogelijke populariteit te doen?

AK: O, zeker wel. Om verschillende redenen, al was het maar omdat populariteit immers inhoudt dat wat ik schrijf bij de mensen wel in de smaak valt en mijn werk dus zinvol is. Ik schrijf voor mijn lezers, niet voor mezelf. Indien ik enkel voor mezelf zou schrijven, zou ik waarschijnlijk niet verder komen dan gewoon een aantal verhalen te verzinnen. Ik zou dan zeker niet de behoefte hebben om ze neer te schrijven, laat staan om ze verder uit te werken. Dat verandert niets aan het feit dat schrijven voor mij een plezier is, of dat is het tenminste meestal, want op sommige momenten van het proces gaat het er anders aan toe (soms overheerst toch de frustratie…).

ON: Wie of wat heeft een invloed op wat je schrijft?

AK: Ik ga niet origineel klinken wanneer ik zeg dat ik waarschijnlijk beïnvloed wordt door wat ik laatst bekeken/gelezen heb. Tenminste tijdens het ideeënstadium, want wanneer ik die ideeën dan ga uitwerken, telt de mening van mijn proeflezers, waar ik er aardig wat van heb.

ON: Met wie en wanneer bespreek je je teksten?

AK: Ik ben lid van de Śląski Klub Fantastyki (Silezische Fantasyclub, F.H.) en binnen het kader van die club hebben we een literaire sectie dat als doel heeft om er elkaar onze teksten voor te lezen en samen te bespreken. Zelf maak ik ook heel graag gebruik van dat soort hulp [-] het is geweten dat een auteur zelf niet altijd volledig het overzicht kan bewaren, dus is constructieve kritiek welkom. Bij mij gaat het vaak zo in zijn werk dat ik een tekst (of minstens een uitgebreid fragment) schrijf, het uitwerk (ik laat niemand mijn “kladjes” zien), het op het sectieforum zet, op opmerkingen wacht en het dan verbeter. Ik heb ook een vriendin buiten de sectie die mijn teksten leest en me raad geeft. Soms bedenkt ze zelfs titels als ik er zelf geen kan vinden.

ON: Vaak concentreren fantasy-auteurs zich bijna uitsluitend op het uitbouwen van hun fictieve wereld, waardoor de personages vaak niet al te interessant zijn en alleen maar bestaan omdat er zonder hen geen verhaal zou zijn. Hoe ga jij met dat probleem om? Slaag je erin om tafereeltjes die je in het dagelijks leven heimelijk gadeslaat mee te nemen naar de wereld van de fictie?

AK: Tafereeltjes niet echt, maar kleine details in de trant van individuele gedragingen of gevatte opmerkingen dan weer wel. Het kan overigens misschien bij mij helpen dat ik in termen van “hoofdfiguren” denk en niet in termen van “een wereld”, want zij zijn uiteindelijk het belangrijkst. Wanneer ik een idee heb voor een nieuw boek, verschijnen vaak eerst de personages in mijn hoofd en pas daarna – als décor – de wereld.

ON: Ben je je bewust van wederkerende motieven in je boeken? Mij viel het op dat er vaak kinderen in voorkomen die in naam van volwassenen met monsters strijden…

AK: Ik ben er mij van bewust, hoewel ik nu net dat motief niet heb opgemerkt. Soms worstel ik met dergelijke wederkerende motieven, en soms ook niet (motieven herhalen, als je jezelf als schrijver niet klakkeloos gaat kopiëren, lijkt me geen noemenswaardige zonde voor een auteur . En soms, zoals ik eerder al zei, merk ik ze simpelweg niet op. Dat gezegd zijnde, merkte ik onlangs met enige verbazing dat tal van mijn romans en verhalen op identieke manier eindigen. Tot nu toe heeft niemand dat in de gaten, maar ik wacht geduldig af.

ON: Je teksten hebben vaak een horrorondertoon. Herinner je je nog de eerste horrorfilm die je ooit zag?

AK: Dat zal waarschijnlijk een oude adaptatie geweest zijn van De hond van de Baskervilles, weliswaar geen echte horrorfilm, maar een verhaal met griezelelementen. Ik was toen bij een nichtje op vakantie, en om de een of andere reden vonden de volwassenen dat die film niet geschikt was voor kinderen. Daardoor hebben mijn nicht en ik hem gezien door in de gang te gaan zitten en via een kier tussen de deur naar de tv-kamer binnen te gluren. Dat was wellicht ook de enige keer dat ik mij heb moeten verstoppen om een “horrorfilm” te kijken, want later heb ik dat probleem nooit meer gehad. Waar ik vandaan kom werd iedereen zonder uitzondering de bioscoop binnengelaten, naar de leeftijd keek niemand om, waardoor ik de kans heb gehad om met mijn vriendinnen tal van meer en minder enge films te kijken. Tot op de dag van vandaag ben ik overigens verzot op horrorfilms uit de jaren 80.

ON: Wat ben je op dit moment aan het lezen/kijken?

AK: De laatste tijd kijk ik steeds minder bioscoopfilms (ik heb zelfs de nieuwe Star Wars nog niet gezien) en kijk ik steeds vaker series. Onlangs heb ik “The Night Manager” uitgekeken. En ik lees diverse zaken, niet enkel misdaadromans of fantasy. Nu ben ik net begonnen aan “Morfina” (“Morfine”, F.H.) van Szczepan Twardoch.

ON: Van welke Poolse schrijvers houd je en waarom?

AK: Aangezien ik toch al met misdaadromans en fantasy wordt geassocieerd, concentreer ik mij misschien best op die twee genres. Misdaadromans van Poolse auteurs zijn bij ons erg in trek. Zelf houd ik het meest van de boeken van Zygmunt Miłoszewski, vooral dan van zijn trilogie over officier van justitie Szacki. Miłoszewski heeft een buitengewone gave voor observatie en hij kan prachtig gruwel met humor combineren, en – last but not least – kan hij bovendien bijzonder interessante mysteries in elkaar zetten. Wat fantasyschrijvers betreft, koester ik daarentegen al jaren lang een oneindige bewondering voor Andrzej Sapkowski, de vader van de Poolse fantasy. Ik geniet met volle teugen van zijn sfeervolle, levendige beschrijvingen, temperamentvolle personages en grappige dialogen (Poolse fantasyfans communiceren nog steeds in citaten uit het proza van Sapkowski).

ON: Welke buitenlandse auteurs lees je en vind je leuk? Wie heeft er een invloed op je gehad?

AK: Ooit had ik de ambitie om fantasy te schrijven zoals Henry James zedenromans schreef, maar gelukkig was ik dat gauw ontgroeid, want de resultaten waren om te huilen. Als ik nu, tegenwoordig, zou willen dat ik door iemand zou worden beïnvloed, zou ik waarschijnlijk Roger Zelazny en Catherynne M. Valente verkiezen, want ik houd erg van hun oeuvre. En als het op misdaadromans aankomt, ben ik een aanhanger van de “oude leer” en stel ik Agatha Christie het meest op prijs. Ik ben er alleen niet van overtuigd dat die voorliefde zich hoe dan ook doet doordrukken in wat ik schrijf; ik zal waarschijnlijk nooit in zo’n prachtige stijl kunnen schrijven als Valente, noch zo’n goede intrige in elkaar steken zoals Christie dat kon.

ON: Bedankt voor het gesprek!

Vertaling: Filip Hamakers

Redactie: Olga Niziołek

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

Informatie

Dit bericht was geplaatst op april 20, 2016 door in auteurs, Interviews en getagd als , , , , , .
%d bloggers liken dit: